
Friese politiek debatteert over Wennink
Tot wederzijds genoegen debatteerden Provinciale en Gedeputeerde Staten afgelopen woensdag over economische politiek. Aanleiding was een ‘motie vreemd aan de dag’ die uiteindelijk glansrijk werd aangenomen. Resultaat is dat PS door GS binnenkort op de hoogte wordt gebracht van hoe het welbekende Rapport Wennink naar de Friese economie wordt vertaald.
In het debat vielen twee zaken op. Ten eerste de interpretatiestrijd rond de ‘Friese paradox’. Dat de Friese samenleving zich in de degradatiezone van de economische lijstjes bevindt, maar toch het gelukkigste volk is van Nederland, wordt door de één gekoesterd – waarom zou er iets anders moeten in it moaiste lân fan ’e ierde? De ander signaleert met verwijzing naar onderzoek dat het Friese geluk onder druk staat.
Het debat sluimerde, ten tweede, om de vraag hoe de economische politiek in Fryslân bedreven moet worden. Hoe kan de lobby nu het beste worden opgetuigd en in hoeverre moet de Friese zaak verzonken worden in een Noord-Nederlandse zaak?
Of er überhaupt economische politiek nodig is, en hoe deze dan te belijden… te midden van deze spannende debatvragen zou je haast vergeten dat de inhoud ook wel de moeite waard is. WAT is nu de inhoud van de Friese economische politiek? Als het gaat werkgelegenheid en verdienvermogen, innovatie en ondernemerschap: welke plannen kunnen we dan aan de Wennink-waslijn hangen?
GS moet nu aan de bak en kan in het Rapport Wennink veel aanknopingspunten vinden. Het verdienvermogen moet volgens Wennink in vier domeinen actief worden gestimuleerd:
AI & Digitalisering
Veiligheid & Weerbaarheid
Klimaat- en Energietechnologie
Life Sciences & Biotechnologie
Deze ‘domeinen’ zijn richtinggevend bij de uitwerking van de nationale economische politiek (denk aan de oprichting van een Investeringsbank en de inzet op campusontwikkeling). Het lijkt me verstandig om de Wennink-taal maar over te nemen.
Neem de propositie rond de Campus Drachten, waar aan de autonome productiesystemen van de toekomst wordt gewerkt. Die propositie kan doorgeladen worden m.b.v. het AI & Digitaliseringsdomein. Een ander voorbeeld is innovatie in de agrifood. Die kan gestimuleerd worden door het in verband te brengen met een weerbaar en strategisch autonoom Nederland – zonder voedsel ben je niet echt veilig. Bij Klimaat- en Energietechnologie kan gedacht worden aan het doorinvesteren in de Water Campus –blijvende overheidsinvesteringen maakt dat het cluster rond watertechnologie zich verder kan vertakken.
Dergelijke pompeblêden zullen vast nog wel toegevoegd worden in het debat over de economische politiek.
Blog: Marijn Molema
