
Nedersaksenlijn impuls ruimtelijk-economische planning
Op 6 oktober is de MIRT-verkenning voor de Nedersaksenlijn officieel gestart. Deze verkenning duurt drie jaar en richt zich op het plangebied van het hoofdstation Groningen t/m Twente, inclusief de vertakking naar Zwolle. Het nieuwe spoor is ongeveer 45 km lang en richt zich op het traject vanaf Veendam over Stadskanaal en Ter Apel naar Emmen. De MIRT verkenning concentreert zich op het spoor. Parallel verkennen Rijk en regio de overige ruimtelijke (koppel)kansen.
De MIRT-verkenning lokt dus een breder proces van planning uit, gericht op woningbouw, arbeidsmarkt en ruimtelijke kwaliteit. De regio heeft de ambitie uitgesproken op 50 duizend extra woningen rondom de Nedersaksenlijn aan te leggen. De MIRT-tekst legt veel verbinding met recente, ruimtelijk-economische ontwikkelingen:
‘We kijken onder andere naar het Masterplan Regiocentra provincie Groningen, de koppeling van ontwikkelingen en het spoor bij maakbedrijven in Midden-Groningen, de ontwikkeling van de innovatiehub Oost-Groningen, het Health & Sciencepark in Veendam, campusontwikkelingen in Stadskanaal/Nieuw Buinen, de relatie met het COA/aanmeldcentrum en geplande woningbouw in Westerwolde, campus-, woningbouw en ziekenhuisontwikkeling in Emmen en herontwikkelingen in de stationsgebieden van Coevorden, Hardenberg en Almelo’.
Onder de projectorganisatie van ProRail zal in 2026 gestart worden met de analyses, welke in 2027 overgaan in een beoordelingsfase. Eind 2028 wordt een besluit genomen over het beste alternatief dat in detail wordt uitgewerkt.
