
Productiviteitsagenda als nationaal raamwerk
Een krap jaar geleden bracht het kabinet Schoof de ‘Productiviteitsagenda’ uit. Nu is het kabinet Jetten op 10 juli gekomen met een ‘Tweede Productiviteitsagenda’. Daarmee worden lopende beleidstrajecten voortgezet, maar ook nieuwe accenten gezet. Volgens het document is deze agenda het ‘overkoepelende, kabinetsbrede narratief op productiviteitsgroei’. Het bundelt beleid dat samen moet zorgen voor de jaarlijkse groei van de economie met anderhalf procent – een ambitie uit het regeerakkoord. De agenda helpt om in de veelheid van initiatieven en begrippen wat meer overzicht te krijgen. Er worden zes overkoepelende thema’s geschetst.
De eerste twee gaan over een goed opgeleide beroepsbevolking (1) en een goed functionerende arbeidsmarkt (2). Ten aanzien van deze thema’s kwam het kabinet, eveneens op 10 juli, met een Talentstrategie.
Ten derde digitalisering, innovatie en adoptie: de AI-fabriek en de EDIH’s vallen hieronder, maar ook de oprichting van het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) waarvan de uitwerking in het najaar van 2026 wordt verwacht. Ook het continueren van het 3% R&D actieplan valt onder dit thema.
Ten vierde interne markt en economische dynamiek.
Ten vijfde toegang tot passende financiering, met o.a. de oprichting van een Nationale Investeringsinstelling
Ten zesde een slagvaardige overheid en regeldruk.
De volgende ministeries zijn afzender van de Tweede Productiviteitsagenda: Economische Zaken; Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ook de minister van Werk en Participatie en de staatssecretaris van Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid tekent mee.
