I3 Instrument Observatory Report 2026

Europese samenwerking brengt regionale innovaties dichter bij de markt

October 09, 2026•2 min read

Europese regio’s werken steeds vaker samen om innovaties daadwerkelijk naar de markt te brengen. Via het Europese I3-programma zijn inmiddels 84 projecten gestart, met meer dan 1.500 deelnames van organisaties en ruim 356 miljoen euro aan toegezegde financiering. Bedrijven spelen daarin een belangrijke rol: zij zijn goed voor bijna de helft van alle deelnames en ontvangen 60 procent van de directe projectfinanciering.

Regionale specialisaties vullen elkaar aan

De samenwerking levert inmiddels concrete resultaten op. Zeven van de acht afgeronde investeringsprojecten hebben een nieuwe interregionale waardeketen gecreëerd of een bestaande aanzienlijk versterkt. Van de lopende projecten meldt 85 procent dat nieuwe verbindingen tussen partijen binnen waardeketens zijn ontstaan. Ook na afloop van de financiering blijven samenwerkingen bestaan: alle zeventien onderzochte afgeronde projecten werkten daarna verder met partners.

Opvallend is dat regio’s daarvoor niet dezelfde economische specialisaties hoeven te hebben. Bij 35 procent van de lopende projecten brengen regio’s juist verschillende, aanvullende kwaliteiten samen. In 41 procent werken regio’s met verschillende ontwikkelingsniveaus samen. Juist zulke verbindingen kunnen regio’s helpen om complexere onderdelen van internationale waardeketens naar zich toe te trekken en daar een positie in op te bouwen.

Kansen voor Noord-Nederland in Europese waardeketens

Dat mechanisme is relevant voor Noord-Nederland. De regio beschikt over gespecialiseerde kennis en bedrijvigheid, maar hoeft niet zelfstandig alle onderdelen van een waardeketen te organiseren. Door Noordelijke specialisaties te verbinden met aanvullende kennis, productiecapaciteit en afzetmarkten elders in Europa kunnen regionale bedrijven en kennisinstellingen onderdeel worden van grotere Europese innovatieketens.

De belangstelling voor deze vorm van samenwerking groeit sterk. In recente subsidierondes daalde het slagingspercentage bij twee onderdelen van I3 tot ongeveer 5 procent. Tegelijkertijd blijkt deelname vanuit minder ontwikkelde Europese regio’s niet vanzelfsprekend: het belangrijkste verschil ontstaat bij de stap om überhaupt aan te haken. Zodra deze regio’s een aanvraag indienen, weet 77 procent uiteindelijk financiering binnen te halen, tegenover 72 procent van de meer ontwikkelde regio’s.

Daarmee wordt actieve aansluiting op Europese innovatienetwerken steeds belangrijker. Financiering alleen is daarbij niet voldoende. Zeven van de acht afgeronde investeringsprojecten bereikten een technologisch niveau vlak voor marktintroductie, maar liepen daarna onder meer tegen regelgeving, marktvraag en toegang tot financiering aan. Voor Noord-Nederland ligt de opgave daarom zowel bij aansluiting op Europese waardeketens als bij het vervolgens opschalen van innovaties naar de markt.

Back to Blog

Met een gratis account ontvangt u onze nieuwsbrief

en krijgt u toegang tot het Kennisweb