
Gebrek aan groeikapitaal remt Nederlandse startups
Nederlandse startups beschikken over innovatieve ideeën, maar hebben moeite om door te groeien tot grotere bedrijven. Uit onderzoek van RaboResearch blijkt dat 56 procent van de ondervraagde startups onvoldoende financieringsmogelijkheden ervaart om de gewenste groei te realiseren. Ook Europese marktverschillen en problemen bij het opbouwen van een verkooporganisatie belemmeren de doorgroei. Voor Noord-Nederland, waar innovatie een belangrijke rol speelt in de regionale economische ontwikkeling, roepen deze uitkomsten vragen op over de ondersteuning van groeiende bedrijven.
Financiering blijft grootste knelpunt
RaboResearch onderzocht het Nederlandse ondernemingsklimaat met een enquête onder 105 startups die gebruikmaken van een Rabobank Innovatielening. Daarbij onderscheiden de onderzoekers externe factoren, zoals financiering, regelgeving en markttoegang, en interne factoren, zoals bedrijfskenmerken en de kwaliteiten van ondernemers en hun teams. Figuur 1 in de coverafbeelding laat zien hoe deze interne en externe factoren samen het succes van startups beïnvloeden.
Slechts 45 procent van de ondervraagde startups beoordeelt Nederland als een goed land voor startups. Bijna twee derde (65 procent) ervaart externe belemmeringen bij het realiseren van groei.
Vooral financiering vormt een probleem. Van de ondervraagde startups vindt 56 procent dat er onvoldoende mogelijkheden zijn om hun groeiplannen te financieren. Dit probleem speelt volgens de onderzoekers in vrijwel alle sectoren en ontwikkelfases. Ook startups die al omzet genereren of verder gevorderd zijn, ervaren een tekort aan groeikapitaal.
De onderzoeksresultaten vragen wel om enige voorzichtigheid. De enquête omvat uitsluitend bedrijven met een Rabobank Innovatielening en is niet volledig representatief voor alle Nederlandse startups. De agrarische sector en zorg zijn bijvoorbeeld relatief sterk vertegenwoordigd.
Europese markt en commercialisering belemmeren groei
Naast financiering vormt de Europese markt een belangrijke hindernis. Hoewel de Europese Unie een interne markt kent, verschillen nationale regels en administratieve verplichtingen nog altijd aanzienlijk. Van de ondervraagde startups geeft 53 procent aan hierdoor in hun groei te worden belemmerd.
Tegelijkertijd blijkt dat startups intern nog stappen moeten zetten om hun innovaties succesvol op de markt te brengen. Ongeveer 70 procent is positief over het toekomstige verdienvermogen van hun innovatie. Toch geeft slechts 45 procent aan voldoende succesvol te zijn in de verkoop op de beoogde afzetmarkt. Slechts één op de drie startups slaagt erin een verkooporganisatie van voldoende omvang op te bouwen.
De onderzoekers benadrukken dat extra financiering daarom niet automatisch tot meer groei leidt. Ook de commerciële organisatie moet in staat zijn grotere markten te bedienen. Een beter functionerende Europese interne markt kan daarbij helpen, doordat bedrijven gemakkelijker buitenlandse klanten kunnen bereiken en aantrekkelijker worden voor investeerders.
Van innovatie naar groei in Noord-Nederland
Voor Groningen, Fryslân en Drenthe zijn deze uitkomsten relevant vanwege de ambitie om innovatieve bedrijvigheid verder te ontwikkelen. In sectoren als energie, agrifood, watertechnologie en medische technologie kunnen nieuwe bedrijven bijdragen aan economische vernieuwing. Daarvoor moeten succesvolle innovaties uiteindelijk ook kunnen uitgroeien tot levensvatbare, grotere ondernemingen.
Het onderzoek biedt aanknopingspunten voor de regionale ondersteuning van startups. Toegang tot groeikapitaal blijft belangrijk, maar de resultaten wijzen ook op het belang van commerciële vaardigheden en markttoegang. Ontwikkelingsmaatschappijen, kennisinstellingen en ondernemersnetwerken kunnen hierbij een rol spelen door bedrijven te verbinden met investeerders, ervaren ondernemers en potentiële klanten.
Voor Noord-Nederland is daarbij vooral de overgang van innovatieve startup naar groeiend bedrijf van belang. Ondersteuning die zich voornamelijk richt op onderzoek, productontwikkeling en de eerste financieringsronde is mogelijk onvoldoende wanneer bedrijven vervolgens moeite hebben hun verkooporganisatie uit te bouwen of internationale markten te betreden.
Het onderzoek onderstreept daarmee een bredere opgave voor het noordelijke innovatiebeleid: zorgen dat nieuwe kennis en technologie ook daadwerkelijk leiden tot groeiende bedrijven en duurzaam regionaal verdienvermogen.
