
Hogescholen willen grotere rol in regionale innovatie
Nederland staat voor grote uitdagingen op het gebied van energie, zorg, digitalisering en arbeidsmarkt. Volgens de nieuwe Strategische Onderzoeksagenda hbo 2026-2030 kunnen hogescholen daarbij een veel grotere rol spelen dan nu vaak wordt gedacht. De Vereniging Hogescholen positioneert praktijkgericht onderzoek nadrukkelijk als motor voor innovatie, talentontwikkeling en economische vernieuwing.
Het onderscheidende vermogen van hogescholen zit volgens de agenda in hun verbinding met de beroepspraktijk. Onderzoek start vanuit concrete vragen van bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden. De opgedane kennis wordt vervolgens direct toegepast in de praktijk én teruggebracht naar het onderwijs. Daarmee vormen hogescholen een schakel tussen wetenschap en samenleving.
Noord-Nederland heeft een sterke uitgangspositie
Voor Noord-Nederland sluit deze visie aan op een ontwikkeling die al langer zichtbaar is. Hogescholen vervullen hier een belangrijke rol binnen regionale ecosystemen rond gezondheid, energie, watertechnologie, circulaire economie en digitalisering. In de onderzoeksagenda worden NHL Stenden en Hanze zelfs expliciet genoemd als voorbeeld van succesvolle samenwerking in het onderzoeksprogramma FAITH, gericht op kwetsbaarheid en gezonde veroudering.
De agenda benadrukt bovendien dat hogescholen fungeren als regionale spil in kennis- en innovatienetwerken. Juist in regio’s met veel mkb-bedrijven kunnen zij helpen om innovaties sneller in de praktijk te brengen. Dat is relevant voor Noord-Nederland, waar veel economische groei afhankelijk is van de toepassing van nieuwe kennis binnen bestaande bedrijven en maatschappelijke organisaties.
Schaalsprong in onderzoek en innovatie
De Vereniging Hogescholen pleit daarom voor een volgende stap: een schaalsprong in praktijkgericht onderzoek. Hogescholen willen hun positie in regionale, nationale en Europese innovatieprogramma’s versterken en vragen om meer structurele investeringen in onderzoek en valorisatie. Het uiteindelijke doel is om meer kennis om te zetten in concrete toepassingen, hogere arbeidsproductiviteit en een sterker verdienvermogen.
Voor Noord-Nederland raakt dit aan een bredere vraag: hoe benutten we de aanwezige kennisinfrastructuur optimaal voor economische ontwikkeling? De agenda laat zien dat hogescholen zichzelf steeds nadrukkelijker zien als regionale innovatiepartners. Als die ambitie werkelijkheid wordt, kan dat de verbinding tussen onderwijs, onderzoek en ondernemerschap verder versterken.
