
Kamer debatteert over rapport Wennink
De Tweede Kamer heeft op 3 september uitgebreid gedebatteerd over het rapport van Wennink. Zijn analyse over de ‘toekomstige welvaart’ lag er sinds december 2025. En zijn aanbevelingen zijn deels al overgenomen in de Tweede Productiviteitsagenda. Toch vroegen veel kamerleden zich af, hoe we van strategie naar uitvoering komen. Daarbij is niet alleen een behoefte aan overzicht en samenhang, maar ook naar instrumenten die helpen om de voortgang te kunnen beoordelen. De minister wil begin volgend jaar hierover verder in gesprek met de Kamer.
Regionale invalshoeken speelden een bescheiden rol in het debat – buiten het kamerlid Judith Bühler (CDA) gerekend. Haar maidenspeech vertrok vanuit haar ervaringen in de Limburgse mijnstreek. Bühler verbond deze achtergrond aan een pleidooi voor een nieuw economisch beleid dat inzet op innovatie, productiviteit en strategische keuzes. De regio staat daarbij voorop: ‘De grootste kracht zit in de regionale ecosystemen.’ Het kamerlid wees op innovatieclusters waar start-ups, de mkb-maakindustrie, kennis- en onderwijsinstellingen, overheden en ontwikkelingsmaatschappijen samen werken aan ‘ideeën, producten en nieuwe bedrijvigheid.’ In een (op 8 september aangenomen) motie pleitte Bühler voor een inzet op door private investering gesteunde ‘doorbraakprojecten’ met strategische relevantie en een groot hefboomeffect.
Voor minister Herbert gaf het debat een mogelijkheid, tegenover een kritisch kamer, haar beleid in den brede nog eens samen te vatten en te onderbouwen. De analyse van Wennink is daarin nog steeds invloedrijk. Met betrekking tot de regio, zo gaf de minister aan, is maatwerk wat Nederland van haar kan verwachten. Ten aanzien van de regionale innovatieclusters wil Herbert focus aanbrengen in samenwerking met de andere bestuurslagen in Nederland en de regionale ontwikkelingsmaatschappijen.
