
Kamer kijkt opnieuw naar opbrengsten Nationaal Groeifonds
Het Nationaal Groeifonds (NGF) staat opnieuw op de agenda van de vaste Kamercommissie Economische Zaken. Eind mei besloot de commissie om het jaarverslag 2025, de slotwet en het verantwoordingsonderzoek van de Algemene Rekenkamer over het fonds te betrekken bij een wetgevingsoverleg over de jaarverslagen en slotwetten van 2025.
Dat klinkt technisch, maar de onderliggende vraag is groter: wat leveren de miljardeninvesteringen in kennis, innovatie en verdienvermogen inmiddels op? Die vraag raakt ook Noord-Nederland, waar meerdere NGF-programma’s aansluiten op bestaande sterktes in energie, groene chemie, water, landbouw, digitalisering en kennisvalorisatie.
Investeren in toekomstig verdienvermogen
Het NGF is bedoeld voor projecten die het duurzame verdienvermogen van Nederland versterken. Het fonds investeert niet alleen in losse innovaties, maar vooral in ecosystemen: samenwerkingen tussen bedrijven, kennisinstellingen, overheden en maatschappelijke organisaties.
Voor Noord-Nederland is dat relevant omdat veel regionale economische opgaven precies op dat snijvlak liggen. Denk aan de energietransitie in Groningen, groene chemie rond Chemport, watertechnologie in Fryslân en kennisontwikkeling rond landbouw, bodem en klimaatadaptatie.
Noordelijke aanknopingspunten
Een duidelijk voorbeeld is NL2120, een tienjarig NGF-programma rond 'nature-based solutions.' Het programma combineert wetenschappelijk onderzoek met gebiedsprojecten rond onder meer water, bodem, klimaatadaptatie en nieuwe verdienmodellen. Voor Noord-Nederland, met zijn sterke water-, landbouw- en landschapskennis, is dat een logische koppeling.
Ook BioBased Circular is relevant. Dit NGF-programma richt zich op de ontwikkeling van een nieuwe bedrijfstak voor biogebaseerde kunststofmaterialen en producten, met samenwerking tussen mkb, landbouw, chemie, logistiek en recycling. Dat sluit direct aan bij noordelijke ecosystemen rond groene chemie, biobased grondstoffen en industriële verduurzaming.
Daarnaast raakt GroenVermogenNL aan de noordelijke waterstof- en energiepositie. De Rijksuniversiteit Groningen is betrokken bij onderzoek naar de maatschappelijke impact van groene waterstof, binnen een programma dat waterstofprojecten, onderzoek en onderwijs landelijk met elkaar verbindt.
Tot slot is de LLO-Katalysator belangrijk voor de arbeidsmarktkant van innovatie. Dit NGF-programma richt zich op leven lang ontwikkelen en start juist met de energie- en grondstoffentransitie. Voor Noord-Nederland is dat cruciaal: zonder voldoende technisch en digitaal geschoolde mensen blijven investeringen in innovatie kwetsbaar.
Van geld naar opbrengst
De behandeling in de Kamer markeert daarmee een nieuwe fase. Niet alleen de vraag hoeveel geld is toegekend telt, maar vooral wat de programma’s opleveren: nieuwe bedrijvigheid, sterkere kennisclusters, beter opgeleide werknemers en toepasbare innovaties. Voor Noord-Nederland ligt hier de kans om te laten zien dat NGF-investeringen niet abstract zijn, maar landen in concrete regionale ecosystemen.
