
Meer aandacht voor de regio in Den Haag
Tijdens het tweeminutendebat over regio’s en grensoverschrijdende samenwerking zijn verschillende moties ingediend die laten zien dat regiobeleid breder wordt dan losse investeringsprogramma’s. Steeds vaker gaat het om de vraag hoe het Rijk zelf rekening houdt met regionale verschillen in beleid, werkgelegenheid en voorzieningen.
Strategische regionale agenda’s
Een motie van CDA, D66 en GroenLinks-PvdA vraagt het kabinet duidelijk te maken hoe de aangekondigde strategische regionale agenda’s worden opgesteld. Daarbij moet ook zichtbaar worden hoe verschillende ministeries en medeoverheden worden betrokken. De gedachte is dat regio’s een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan nationale opgaven rond energie, schone industrie, voedselzekerheid en veiligheid. De minister gaf deze motie oordeel Kamer.
Plattelandstoets en rijksbanen
BBB vroeg om een herkenbare plattelandstoets bij nieuw beleid, wetgeving en besluiten. Daarmee moeten de gevolgen voor dorpen, buitengebieden en grensregio’s beter zichtbaar worden. De minister vond de motie ontijdig, maar gaf wel aan dat het regionale perspectief beter moet worden geborgd in bestaande beleidstoetsen.
Een motie van JA21 en SGP over spreiding van rijkswerkgelegenheid kreeg oordeel Kamer. Die motie vraagt om meer sturing op de locatiekeuze van rijksdiensten en zelfstandige bestuursorganen, waar mogelijk buiten de Randstad. Voor Groningen, Fryslân en Drenthe is dit interessant: rijksbanen kunnen bijdragen aan economische vitaliteit, kenniswerkgelegenheid en samenwerking met regionale onderwijs- en kennisinstellingen.
Voorzieningen als onderdeel van regiobeleid
Tot slot vroeg de SGP aandacht voor kleine scholen in dorpen en plattelandsgebieden. De minister wees erop dat dit vooral bij OCW thuishoort, maar zegde toe het onderwerp daar onder de aandacht te brengen. De motie werd aangehouden.
Samen laten de moties zien dat de regio steeds nadrukkelijker terugkomt in Haagse besluitvorming. Niet alleen via investeringen, maar ook via beleidsvorming, rijkswerkgelegenheid en basisvoorzieningen.
