esb

Meeste jongeren blijven in eigen provincie

August 21, 20261 min read

Femke Cnossen en Harm-Jan Rouwendaal, economisch-geografen aan de RUG, publiceerden onlangs een artikel in het economenblad ESB. Het artikel onderzoekt de ruimtelijke mobiliteit van Nederlandse jongeren en laat zien dat regionale binding veel sterker is dan vaak wordt aangenomen.

Op basis van CBS-microdata van personen geboren tussen 1980 en 1995 analyseerden de auteurs het zogenoemde blijfpercentage: het aandeel jongeren dat op latere leeftijd nog woont in de gemeente waar zij op zestienjarige leeftijd woonden. Gemiddeld woont 55 procent op 28-jarige leeftijd nog in dezelfde gemeente, terwijl ongeveer 80 procent in dezelfde provincie blijft wonen.

Vooral mbo-opgeleiden zijn honkvast; meer dan 60 procent blijft in de opgroeigemeente, tegenover circa 30 procent van de universitair opgeleiden. Overigens wijkt het blijfpercentage in Drenthe af. Net als in Flevoland en Zeeland blijven er gemiddeld minder jongeren in deze provincies wonen. Hogeropgeleiden verhuizen vaker naar stedelijke gebieden vanwege onderwijs- en arbeidskansen. Hoewel het blijfpercentage in de loop der jaren afneemt, blijft mobiliteit relatief beperkt.

De auteurs concluderen dat regionaal beleid niet mag uitgaan van grote verhuisbereidheid. Effectief beleid vereist een realistisch beeld van wie wel en wie niet mobiel is, en waar regionale binding het sterkst is. Investeren in lokaal onderwijs, werkgelegenheid en talentontwikkeling is daarom essentieel, vooral in perifere en krimpregio’s.

Femke Cnossen en Harm-Jan Rouwendal zijn verbonden aan de RUG faculteit Ruimtelijke Wetenschappen.

Back to Blog

Met een gratis account ontvangt u onze nieuwsbrief

en krijgt u toegang tot het Kennisweb