
Draghi, Wennink en de politiek van het advies
Als bestuurders het echt niet meer weten, dan huren ze een adviseur in. Het is de cynische kijk op het aanstellen van raadgevers, zoals oud-ECB voorzitter Draghi door de Europese Commissie en oud-ASML topman Wennink door het Nederlandse kabinet. Maar cynisme is in deze tijden niet verstandig. De economische politiek van het moment wordt bepaald door mannen met autoriteit. Zij vormen het middelpunt van het debat over de innovatiekracht van Nederland en Europa.
Mario Draghi bracht een jaar geleden The Future of European Competitivenes uit. In het rapport werd gepleit voor een Europese investeringsagenda. De commissie Van der Leyen II heeft vanaf begin dit jaar diverse programma’s en maatregelen afgekondigd die voortvloeien uit het ‘Draghi-rapport’. Het is onduidelijk hoe Noord-Nederland van al die economische politiek kan profiteren. Maar dat er kansen liggen, is evident.
In de nadagen van het Kabinet-Schoof is een Nederlandse Draghi aangesteld. Peter Wennink, oud-ASML topman treedt in de voetsporen van Wagner, de voorzitter van Koninklijke Olie/Shell, die eind jaren 1970 voor ‘nieuw industrieel elan’ zorgde. Wagner bereide de weg voor naar clusterpolitiek en het topsectorenbeleid van de afgelopen decennia. Het advies van Wennink wellicht de vorm van flagships. Deze term bezigt de Europese Commissie ook en staat voor grote projecten die de innovatiekracht van ons land versnellen. Het advies moet er liggen zodra de onderhandelaars van het nieuwe kabinet op stoom beginnen te komen. Geen reden voor relativering dus, de kaarten worden geschud.
