
Regio’s eisen plek op in EU-begroting
Europa staat aan de vooravond van een nieuwe begrotingsperiode. In Brussel wordt gewerkt aan het Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2028–2034, de financiële ruggengraat van de Europese Unie. Tegelijkertijd klinkt vanuit regio’s en steden een duidelijke boodschap: zonder sterke regionale betrokkenheid verliest Europees beleid zijn effectiviteit.
In een ontwerpadvies over het nieuwe MFK pleit het Europees Comité van de Regio’s voor het waarborgen van de centrale rol van regio’s en steden in de EU-begroting. Cohesiebeleid moet volgens het comité niet worden gemarginaliseerd of versnipperd, maar juist worden versterkt als instrument voor brede welvaart, innovatie en territoriale samenhang. Regio’s zijn immers niet alleen uitvoerders van beleid, maar mede-architecten van Europese transities.
Die lijn wordt bevestigd in een apart bericht waarin het Comité van de Regio’s oproept om regionale overheden structureel te betrekken bij Europese paraatheid en plattelandsbeleid. Thema’s als strategische autonomie, voedselzekerheid en crisisbestendigheid krijgen steeds meer prioriteit in Brussel. Volgens het comité kan dat alleen slagen als regio’s volwaardig deelnemen aan besluitvorming en uitvoering. Europese paraatheid is geen abstract veiligheidsvraagstuk, maar raakt direct aan regionale economieën, infrastructuur en arbeidsmarkten.
De discussie over het MFK en regionale betrokkenheid krijgt een concreet gezicht in Noord-Nederland. In een interview licht de gemeente Assen haar duurzaamheidsambities toe in het kader van de European Green Leaf Award 2027. De kandidatuur onderstreept hoe Europese programma’s en erkenningen lokale transities kunnen versnellen. Voor een middelgrote stad als Assen biedt deelname niet alleen internationale zichtbaarheid, maar ook toegang tot kennisnetwerken en financieringsmogelijkheden.
Samen tonen deze drie berichten een bredere beweging. Terwijl de EU haar begroting herijkt en inzet op weerbaarheid, strategische autonomie en vergroening, claimen regio’s nadrukkelijk hun positie. Niet als uitvoeringsloket, maar als strategische partner.
Voor Noord-Nederland is dit relevant. De regio is sterk afhankelijk van Europese middelen voor innovatie, energie en plattelandsontwikkeling. Als het cohesiebeleid in het nieuwe MFK wordt uitgehold of gecentraliseerd, raakt dat direct aan projecten rond circulaire economie, landbouwtransitie en regionale infrastructuur. Tegelijkertijd laten initiatieven zoals die in Assen zien dat actieve betrokkenheid loont.
De inzet richting 2028–2034 draait daarmee om meer dan budgetten alleen. Het gaat om de vraag of Europa zijn regio’s ziet als kostenpost of als kracht. De komende onderhandelingen over het MFK zullen duidelijk maken welke richting de Unie kiest.
