
'Nieuw EU beleid vermindert regionale zeggenschap'
In december publiceerde EURADA een policy paper over de herziening van de National and Regional Partnership Plans (NRPP’s). Deze plannen maken deel uit van het voorstel voor de EU-begroting 2028–2034 en brengen verschillende fondsen samen in één nationaal kader. Het paper analyseert wat deze nieuwe opzet betekent voor de positie van regio’s binnen Europees beleid.
Eerdere herzieningsplannen zijn door de Europese Commissie bijgesteld. Op papier krijgen regio’s nu meer ruimte: sterkere verwijzingen naar partnerschap, formele betrokkenheid bij de plannen en meer mogelijkheden om met de Commissie te schakelen. De vraag is echter hoeveel invloed regio’s daar in de praktijk aan kunnen ontlenen.
Nationale regie blijft bepalend
Ondanks de aangescherpte partnerschapsregels blijft de kern van het nieuwe systeem nationaal gestuurd. Lidstaten schrijven de plannen, bepalen de prioriteiten en verdelen de middelen. Regio’s worden betrokken, maar hun invloed hangt sterk af van hoe nationale overheden deze regels toepassen. Voor Noord-Nederland betekent dit dat regionale belangen niet automatisch worden geborgd, maar actief moeten worden ingebracht in nationale keuzes over investeringen en prioriteiten.
Innovatie en transitie onder druk
Voor Noord-Nederland is vooral de positie van innovatiebeleid relevant. Instrumenten die de afgelopen jaren belangrijk waren voor regionale innovatie, zoals Smart Specialisation en interregionale samenwerking, krijgen in het nieuwe kader geen duidelijke, afgebakende plek meer. Zij vallen binnen een brede, flexibel inzetbare financieringsstructuur.
Dat vergroot de onzekerheid voor regio’s die inzetten op lange termijn ontwikkeling rond energie, chemie, gezondheid en circulaire economie. Zonder expliciete verankering bestaat het risico dat deze thema’s moeten concurreren met korte termijn prioriteiten op nationaal niveau.
Minder zekerheid voor noordelijke regio
Ook financieel verandert de positie van regio’s als Noord-Nederland. Middelen voor transitie- en meer ontwikkelde regio’s, rurale gebieden en industriële transitie worden grotendeels samengebracht in één nationaal flexibel budget. Dat budget lijkt onvoldoende om bestaande regionale beleidslijnen volledig voort te zetten.
Voor een regio met demografische krimp, structurele transitieopgaven en een relatief kwetsbare arbeidsmarkt betekent dit dat Europese middelen minder vanzelfsprekend regionaal terechtkomen. Zeker binnen een welvarend land als Nederland is het risico reëel dat regionale verschillen binnen de landsgrenzen minder zwaar meewegen.
Wat vraagt dit van Noord-Nederland?
De kernboodschap van het EURADA-paper is dat formele betrokkenheid niet gelijkstaat aan daadwerkelijk zeggenschap. In het nieuwe EU-begrotingskader wordt het voor Noord-Nederland belangrijker om regionale prioriteiten scherp te formuleren en gezamenlijk op te treden richting Den Haag en Brussel. Niet alleen om toegang tot middelen veilig te stellen, maar ook om te voorkomen dat lange termijn transities ondersneeuwen in nationale afwegingen.
