
Sterkere Ketens, Sterker Noorden
De Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij (NOM) wil de komende jaren nadrukkelijker inzetten op het versterken van strategische waardeketens in het Noorden. Dit valt te lezen in de toelichting van het Regionaal Versterkingsplan Nationale Technologie Strategie (RV-NTS).
Niet alleen door individuele bedrijven te financieren, maar door complete ketens, van innovatie tot markt, sterker te verbinden. Daarmee verschuift de focus van losse investeringen naar structurele versterking van het regionale verdienvermogen.
Concreet betekent dit dat de NOM haar rol als investeerder en ontwikkelaar verder verbreedt. Naast kapitaal gaat het om het organiseren van samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheden. Doel is om technologische innovaties sneller door te ontwikkelen, op te schalen en daadwerkelijk economisch te verzilveren. Denk aan sectoren als energie, groene chemie, watertechnologie en agrifood; domeinen waarin het Noorden al een duidelijke positie heeft.
Deze beweging is niet op zichzelf staand. De NOM werkt hierin samen met de andere regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) binnen een gezamenlijk versterkingsplan. Dat plan is gericht op het toekomstig verdienvermogen van Nederland en benadrukt het belang van sterke regionale waardeketens. In plaats van versnipperde projecten willen de ROM’s samen bouwen aan robuuste ecosystemen die internationaal kunnen concurreren.
De gedachte daarachter is helder: economische weerbaarheid ontstaat niet alleen door individuele succesbedrijven, maar door samenhang in de keten. Van fundamenteel onderzoek en startups tot scale-ups, toeleveranciers en industriële productie. Door die schakels beter op elkaar aan te sluiten, moet innovatie sneller leiden tot economische impact.
Voor de Noordelijke provincies is dat een relevante koers. De regio kent sterke clusters, maar schaal en markttoegang blijven vaak een uitdaging. Een nadrukkelijke inzet op ketenvorming kan helpen om innovaties niet alleen te ontwikkelen, maar ook in de regio te laten landen en doorgroeien. Het versterkt bovendien de positie van het Noorden binnen nationale industriepolitiek en Europese programma’s.
De samenwerking tussen de ROM’s laat zien dat regionale ontwikkeling steeds minder een optelsom van provinciale initiatieven is, en steeds meer onderdeel wordt van een landelijke strategie rond strategische autonomie en economische weerbaarheid. Binnen dat speelveld positioneert de NOM zich als cruciale schakel tussen regionale kracht en nationale ambitie.
De komende jaren zal moeten blijken hoe deze strategie zich vertaalt in concrete investeringen, nieuwe bedrijvigheid en versterkte ketens. De ambitie is in ieder geval helder: van strategie naar kassa, met het Noorden als volwaardige speler in het nationale verdienmodel.
