
TNO brengt strategische economie Noord-Holland in kaart
Welke economische activiteiten verdienen voorrang wanneer ruimte, energie en arbeidskrachten schaars zijn? Die vraag speelt niet alleen in het Noorden, maar ook in Noord-Holland, waar de provincie keuzes moet maken over de toekomst van de economie. Een onderzoek van TNO Vector voor Noord-Holland laat zien hoe zulke keuzes systematisch kunnen worden onderbouwd. De onderzoekers identificeren biotechnologie, plantveredeling en zaadtechnologie als strategische kernposities. Vooral de vertaling van economische specialisaties naar beleidsprioriteiten biedt aanknopingspunten voor Groningen, Fryslân en Drenthe.
Welke sectoren zijn strategisch belangrijk?
TNO onderzocht 27 economische activiteiten en beoordeelde welke daarvan een belangrijke positie innemen binnen de Nederlandse en Europese economie. Daarbij werd gekeken naar twee aspecten: hun bijdrage aan maatschappelijke opgaven en de economische positie van Noord-Holland. De onderzoekers gebruikten onder meer werkgelegenheids- en vestigingsgegevens uit LISA (2024), aangevuld met analyses van regionale specialisatie en economische complexiteit.
Uit deze analyse komen biotechnologie en plantveredeling en zaadtechnologie als kernposities naar voren. Biotechnologie profiteert van het kennis- en innovatiecluster rond Amsterdam, terwijl plantveredeling en zaadtechnologie sterk geconcentreerd zijn in Seed Valley, in Noord-Holland Noord. Daarnaast onderscheidt TNO systeemdragende activiteiten, waaronder datacenters, kunstmatige intelligentie, cybersecurity en windenergie.
De onderzoekers selecteerden de 27 activiteiten vooraf op basis van Europese en nationale beleidsprioriteiten. Daardoor kunnen activiteiten die vooral regionaal van belang zijn buiten beeld blijven. Deze afbakening is een belangrijk aandachtspunt wanneer andere regio's de methode willen toepassen.
Economische specialisaties vragen om verschillende keuzes
De uitkomsten laten zien dat economische omvang alleen onvoldoende zegt over het strategische belang van een activiteit. Ook de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, de positie binnen internationale waardeketens en de afhankelijkheid van andere regio's spelen een rol.
Bovendien verschillen de voorwaarden waaronder economische activiteiten zich kunnen ontwikkelen. Biotechnologie vraagt bijvoorbeeld om hoogwaardige kennisomgevingen, toegang tot talent en financiering. Plantveredeling en zaadtechnologie zijn juist afhankelijk van specifieke agrarische ruimte en een sterk regionaal bedrijvencluster. Systeemdragende activiteiten zoals datacenters en windenergie leggen weer andere claims op ruimte en energiecapaciteit.
Deze verschillen zijn relevant voor overheden die economische ontwikkeling willen stimuleren. Door strategische posities in kaart te brengen, kunnen provincies gerichter afwegen welke activiteiten zij ondersteunen en welke ruimtelijke en infrastructurele voorwaarden daarvoor nodig zijn. Daarbij blijft ook het omzetten van kennis naar commerciële toepassingen een aandachtspunt. Een sterke kennispositie leidt immers niet automatisch tot succesvolle bedrijven en extra verdienvermogen.
Wat kan Noord-Nederland hiervan leren?
Ook Groningen, Fryslân en Drenthe beschikken over economische specialisaties, bijvoorbeeld op het gebied van energie, agrifood, watertechnologie en medische technologie. Een vergelijkbare analyse kan helpen bepalen welke activiteiten daadwerkelijk onderscheidend zijn binnen nationale en Europese waardeketens en waar verdere ontwikkeling de meeste economische en maatschappelijke waarde kan opleveren.
Daarbij kan ook worden gekeken naar de samenhang tussen de drie provincies. Economische activiteiten houden immers niet op bij provinciegrenzen. Een analyse op Noord-Nederlandse schaal kan inzichtelijk maken waar regionale specialisaties elkaar aanvullen, welke kennis en infrastructuur gezamenlijk kunnen worden benut en waar afhankelijkheden bestaan.
Tegelijkertijd vraagt de noordelijke economie om een eigen afweging. Activiteiten die van groot belang zijn voor de regionale werkgelegenheid of leefbaarheid sluiten niet altijd rechtstreeks aan bij Europese en nationale beleidsprioriteiten. Een Noord-Nederlandse toepassing van de methode zou daarom ook ruimte moeten bieden aan economische kwaliteiten en ontwikkelopgaven die specifiek zijn voor de regio.
Het Noord-Hollandse onderzoek biedt zo een voorbeeld van hoe provincies economische beleidskeuzes beter kunnen onderbouwen. Door regionale specialisaties te verbinden aan maatschappelijke belangen en beschikbare ontwikkelruimte, kunnen Groningen, Fryslân en Drenthe gerichter bepalen welke activiteiten zij afzonderlijk of gezamenlijk willen versterken.
